Het project

Zo thuis als mogelijk’, de totstandkoming

Enkele jaren geleden ontstond het idee dat het huidige systeem van uithuisplaatsing en het vinden van de daaropvolgende woonvormen voor hulpbehoevende jeugdigen toe was aan modernisering. Gestaafd door  verschillende onderzoeken werd het huidige systeem onder de loep genomen. Direct bij aanvang was duidelijk dat een verandering van het systeem van binnenuit moest worden vormgegeven. Vele gesprekken met jeugdigen, kinderen van pleegouders, pleegouders, ouders en professionals volgden. Hier leest u een kort overzicht van aandachtspunten die deze gesprekken opleverden:

Pleegkinderen zelf legden tijdens de gesprekken vooral de nadruk op hun sociale leven. Hoe gedraag je je in het pleeggezin en wat wordt er van je verwacht is zo’n situatie? Hoe onderhoudt je contact met familie en vrienden? Zij wensen bovenal dat ouders, pleegouders en (gezins-)voogden goed met elkaar omgaan. Ook maken zij zich zorgen over de leeftijdsgrens van 18 jaar en wat er op hen afkomt als ze zelfstandig verder moeten.  

De ‘achttien plussers’ zijn gehoord over de zaken waar zij tegenaan liepen toen ze zelfstandig werden geacht. Zij bevestigden onze vermoedens dat niet iedereen in staat is om op eigen benen te staan op die leeftijd. In juli 2018 is besloten dat jongeren, indien zij dat willen, tot hun 21e in hun pleeggezin mogen blijven wonen.

Ook is gesproken met de ouders van uit huis geplaatste kinderen. Zij hebben vooral behoefte aan begrip en steun tijdens het hele proces. Zij stellen persoonlijk contact met de hulpverleners op prijs, vragen aandacht voor hun eigen positie en verlangen vooral oprechte interesse en hulp bij het creëren van een stabiele situatie. Meer hierover leest u hier.

Pleegouders gaven tijdens sessies aan dat ze willen worden behandeld als professionals en dat ze behoefte hebben aan erkenning, informatie en ondersteuning. Uit deze gesprekken kwam ook het onderwerp 18+ naar voren omdat de praktijk leert dat sommige pleegkinderen op hun 18e verjaardag nog niet klaar zijn voor zelfstandig wonen. Pleegouders willen hen vaak verder begeleiden, maar krijgen daar moeilijk ruimte voor. Ook gaven zij aan dat de financiën soms een probleem zijn, net als de rolverdeling tussen pleegouders en professionals.

Ook de professionals lopen in de praktijk tegen moeilijkheden aan vanwege de leeftijdsgrens van 18 jaar. Sommige jongeren kunnen dan nog niet zelfstandig kunnen wonen, of houden in ieder geval behoefte aan ondersteuning. De professionals willen vooral meer transparantie; over de verschillende vormen van jeugdhulp die een jongere krijgt, over de mogelijkheden in de wijk, over flexibele ondersteuning van pleegouders en andere opvoeders.


Van inventarisatie naar de praktijk
De vele gesprekken met direct betrokkenen vormden de kapstok voor de ‘Regionale Ontwikkelagenda Pleegzorg’ die in november 2016 is vastgesteld door de regio Haaglanden. De tien betrokken colleges omarmden de visie dat:

Alle jeugdigen recht hebben op veilig opgroeien, zoals de wet en het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind dat voorschrijven. Bij voorkeur groeit een kind op in het eigen gezin. Als dat, ondanks de nodige inspanningen en ingezette hulp niet kan, zal een kind voor kortere of langere tijd zoveel mogelijk moeten opgroeien in een andere gezinsvorm. Zo groeit een jongere ‘zo thuis als mogelijk’ op.